Zo erg als het koning Midas verging die wenste dat alles wat hij aanraakte in goud veranderde, is het verhaal van de ruziënde buren gelukkig niet geworden. Toen ook het eten en drinken dat Midas aanraakte van goud werd, bad hij tot de goden om zijn wens ongedaan te maken. Met hun hulp kwam het uiteindelijk weer goed. Goden stonden echter niet ter beschikking van een buurvrouw die wenste dat een nieuw gebouw in de tuin van haar buren als sneeuw voor de zon zou verdwijnen. Zij zag zich genoodzaakt zich te wenden tot een wijze rechter maar realiseerde zich achteraf dat om te krijgen wat je wenst, je wel goed moet weten wat je vordert.
Het was altijd zo’n heerlijke buurt met vrijstaande huizen en grote tuinen. En met de buren ging buurvrouw ook goed om totdat de buren de schuur in hun tuin die grenst aan haar tuin aan de achterkant van haar woning, afbraken en vervingen door een groter en hoger gebouw. Zij kreeg minder zonlicht en ze had geluidsoverlast doordat de buren de ramen in het gebouw vaak open zetten. Praten hierover met de buren leidde tot niets. Daarom verzocht zij de rechter om een oordeel te vellen.
Zij vordert primair dat het gebouw wordt afgebroken dan wel verlaagd. Volgens haar is er sprake van onrechtmatige hinder omdat het gebouw van haar buren zonlicht bij haar ontneemt. Dat er hinder is door het gebouw neemt de rechter aan omdat vaststaat dat het gebouw is verhoogd ten opzichte van de schuur die eerst op die plek stond en omdat er een ander dak is gekomen. Maar volgens de jurisprudentie moet die hinder ook onrechtmatig zijn. Om die onrechtmatigheid te kunnen vaststellen, kijkt de rechter naar de aard, ernst en duur van de hinder alsook de daardoor veroorzaakte schade en de verdere (specifieke) omstandigheden van het geval.
De buurvrouw heeft geen bezonningsrapportage en ook geen nulmeting laten opmaken. Daarbij komt dat zij geen foto’s overgelegd heeft van de hoeveelheid zonlicht die voor de plaatsing van het gebouw in haar tuin viel. De foto’s die zij wel heeft overgelegd van de situatie na de plaatsing van het gebouw zijn onvoldoende voor de rechtbank om vast te stellen hoeveel zonlicht het gebouw wegneemt en dus of de hinder onrechtmatig is. Haar vordering tot het afbreken dan wel het verlagen van het gebouw wordt dan ook afgewezen.
De buurvrouw heeft ook een subsidiaire vordering. Zij vordert dat de ramen in het gebouw worden verwijderd of aangepast. Zij heeft immers als eigenaar van het naburige erf nooit toestemming gegeven om binnen twee meter van de grenslijn van dat erf vensters of andere muuropeningen (zoals ramen) te plaatsen voor zover deze op het erf uitzicht geven. De buurvrouw heeft niet aangetoond dat de ramen van het gebouw op het erf van de buren zich bevinden binnen twee meter van de erfgrens van de buurvrouw, rechthoekig gemeten. Alleen als aan de binnen-de-tweemeter-eis voldaan is, kan verwijdering van de ramen worden gevorderd. Ook die vordering wordt afgewezen.
Omdat niet is aangetoond dat de ramen zich bevinden binnen twee meter van de erfgrens, is ook voor de meer subsidiaire vordering van de buurvrouw voor het vastzetten van de ramen en het plaatsen van melkfolie geen juridische basis. Wat betreft eventuele onrechtmatige hinder omdat de ramen te ver open zouden kunnen waardoor zij beperkt zou worden in haar privacy en zij extra geluidsoverlast zou ondervinden, overweegt de rechter dat ook op dit punt onvoldoende is onderbouwd dat er sprake is van hinder. Hij wijst die vordering af. Wat de rechter wel meegeeft aan partijen is dat de buren eerder aan hun buurvrouw hebben aangeboden om folie op de ramen van het gebouw te plakken. Dat is uiteindelijk niet gebeurd maar zou de relatie tussen partijen wel kunnen verbeteren als de buren die folie alsnog zouden aanbrengen.
Uiteindelijk bleek er dan toch nog een zonnetje door te komen voor de buurvrouw. De buren zijn bereid de dakgoot aan te passen. De gehele verwijdering acht de rechter in deze situatie disproportioneel. De rechtbank zal dan ook toewijzen dat de dakgoot moet worden aangepast conform de tekeningen die de buren hebben overgelegd ter zitting.
Kom goed beslagen ten eis en koester geen onrealistische verwachtingen van wat juridisch haalbaar is. Verstandig is het om niet de goden te verzoeken maar om uw (gevel)wensen neer te leggen bij de VMRG. Daar komt u een zonder enige twijfel een stuk verder mee.