Platform over gevels, glas & daken
Meesterstuk Mr. Bettina Hertstein | Congestie
Mr. Bettina Hertstein www.bouwrechtbedrijf.nl

Meesterstuk Mr. Bettina Hertstein | Congestie

Congestie is niet fijn. Congestie in bijvoorbeeld de neus, het verkeer of van een data- of elektriciteitsnetwerk is altijd vervelend. Feitelijk praten we over een verstopping. Niet het soort verstopping waar ‘kiekeboe’ een eind aan maakt. Zo merkten een opdrachtgever en een aannemer dat er geen ‘toverspreuk’ voorhanden bleek om de congestie waar zij onder leden, op te lossen.

Wat was er aan de hand? Opdrachtgever en aannemer hebben een overeenkomst van aanneming van werk gesloten voor de bouw van een casco bedrijfsunit. De bouw is gestart op 7 juni 2023. Overeengekomen is dat het werk binnen 200 werkbare werkdagen vanaf de aanvang van de bouw gebruiksklaar inclusief een elektra-aansluiting, zal worden opgeleverd. De oplevering heeft volgens de opdrachtgever veel te laat plaatsgevonden. Of die te laat was, hoeveel te laat en wie daar dan voor zou moeten opdraaien, heeft geresulteerd in beschuldigingen over en weer die geen oplossing hebben gebracht. Voor zover er al sprake zou zijn van enige vertraging, dan zou die te gelden hebben als een kwestie van overmacht volgens de aannemer. Hij geeft, kortgezegd, zijn elektricien en de netcongestie de schuld van alles. De discussie hierover was inmiddels dusdanig aangezwollen dat alleen nog een gang naar de wijze arbiter het ‘alles-stroomt’ van wijsgeer Heraclitus, in beweging kon zetten.

Volgens opdrachtgever had de bedrijfsunit uiterlijk op 18 april 2024 opgeleverd moeten worden maar heeft de aannemer pas op 27 november 2024 opgeleverd. Dat is 141 werkbare werkdagen te laat meent de opdrachtgever. Hij vordert betaling van 141 dagen maal de korting  van € 60,- per dag die neerkomt op een bedrag van € 8.460,- plus de wettelijke rente daarover tot de datum van de indiening van zijn eis op 24 februari 2025 bij de Raad (van Arbitrage in bouwgeschillen). De aannemer is een totaal andere mening toegedaan. Hij stelt dat de bouwtermijn eindigde op 5 juli 2024 en dat hij heeft opgeleverd ruim binnen de bouwtermijn. Hij betwist de vordering van de opdrachtgever en vindt dat er geen sprake is van een aan hem toe te rekenen vertraging. Immers de bouw van de bedrijfsunit was al klaar in september 2023. Dat was weliswaar zonder het straatwerk omdat hij dat pas kon gaan aanbrengen nadat de huisaansluiting klaar was. Hij heeft de elektra-aansluiting reeds op 30 maart 2023 aangevraagd met de eerst beschikbare mogelijkheid die er was namelijk in de week van 2 oktober 2023. Dat de elektra-aansluiting, vanwege fouten van de elektricien en het ontbreken van de benodigde vergunningen, pas in de week van 7 oktober 2024 is geplaatst, is hem niet aan te rekenen. Hij heeft de elektricien herhaaldelijk aangemaand en verzocht tijdig op te leveren. Omdat hij volledig afhankelijk was van de elektricien, meent hij dat er sprake is van overmacht.

Arbiter overweegt dat de fouten van de elektricien geen overmacht opleveren voor de elektricien en dus ook niet voor de aannemer. Pas ter zitting heeft de aannemer te berde gebracht dat er onvoldoende ruimte op het stroomnet was voor de aansluiting van de bedrijfsunit. Hij moest daarom wachten tot de week van 7 oktober 2024 toen nieuwe kabels en een nieuw trafostation waren aangelegd. Mede daarom moet de vertraging, naar de mening van de aannemer, niet voor zijn rekening en risico komen. Arbiter overweegt dat, nog daargelaten dat dit verweer te laat is gevoerd, zoals ook opdrachtgever stelt, het ook de aannemer niet kan baten. Bovendien is er sinds 2018 netcongestie in het gebied waar de bedrijfsunit is gevestigd. Het was dus voor de aannemer voorzienbaar ten tijde van het sluiten van de aannemingsovereenkomst, dat een eventuele vertraging zou kunnen optreden. Arbiter stelt vast op grond van wat beide partijen, over en weer aanvoeren over de opleverdatum en het aantal (aantoonbare) onwerkbare werkdagen, dat sprake is van een bouwtijdoverschrijding van 141 werkdagen. De gebruiksklare bedrijfsunit had, naar het oordeel van arbiter, op 18 april 2024 moeten worden opgeleverd. Het beroep dat de aannemer heeft gedaan op matiging van de boete slaagt niet omdat die matiging slechts mogelijk is als de billijkheid dat klaarblijkelijk eist. Dat zou het geval kunnen zijn indien de toepassing van het boetebeding in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en onaanvaardbaar resultaat leidt. Naar het oordeel van arbiter heeft zich dat hier niet voorgedaan en is er geen reden tot matiging van de boete. Arbiter veroordeelt aannemer tot betaling van gevorderde bedrag aan opdrachtgever vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente.

Niet bij beide partijen stroomde er een geluksgevoel door de aderen na deze uitspraak. Maar ook voor de aannemer, als de in het ongelijk gestelde partij, geldt dat alles stroomt. Wilt u bouwen op iets dat altijd in verandering is maar toch gelijk blijft? Kies dan voor de service van de leden van de VMRG! Daar hoeft u geen kiekeboe mee te spelen. 

Gerelateerde artikelen

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten