Op 4 maart 2026 organiseerde de VMRG de online Expertsessie ‘Milieudata, nut en noodzaak’. Milieudata maken de milieu-impact van gebouwonderdelen inzichtelijk. Henk Zoontjens, directeur VMRG, ging hierover in gesprek met Jeroen Boersma, senior product specialist bij Kawneer en Martijn van Hövell, consultant bij SGS.
Martijn van Hövell: De reden dat we milieudata opstellen is de Milieuprestatie gebouw (MPG) berekening. Dit is verplicht in de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de meeste nieuwbouw. De MPG gebruikt de milieukosten indicator (MKI) van de bouwproducten die gebruikt worden in het ontwerp (en uitvoering). De MKI van elk product is bepaald aan de hand een Levenscyclus Analyse (LCA) en opgenomen in de Nationale Milieudatabase (NMD).
Jeroen Boersma: Product Category Rules (PCR) zijn een set gestandaardiseerde regels, richtlijnen en eisen die bepalen hoe de milieuprestaties van een specifiek type product moeten worden berekend en gerapporteerd. De Europese PCR voor ramen en deuren gaat ervan uit dat alles in één product zit, dus inclusief glas, hang- en sluitwerk etc. Dat hebben we met de Nederlandse aanvulling wat flexibeler gemaakt, een los raamkozijn kan nu ook. De Nederlandse aanvulling op de Europese PCR biedt bedrijven duidelijkheid over uitgangspunten en benamingen, afgestemd op de Nederlandse praktijk én in lijn met Europese normen. Het doel hiervan was om een gelijk speelveld te krijgen.
Martijn van Hövell: Om de impact van een product op het milieu te kunnen bepalen, is de rekenmethode LevensCyclus Analyse (LCA) ontwikkeld. Op basis van de resultaten van dergelijke berekeningen is het mogelijk product- en productieprocessen te verbeteren. In een LCA wordt voor de verschillende stadia van de levensduur van een product de impact op het milieu berekend. Per processtap bepalen we de inkomende grondstoffen, materialen en energie, en de uitgaande producten, co-producten, emissies en afval.

Jeroen Boersma: De MKI in de NMD is een één getalsaanduiding waarbij 19 milieu impact categorieën zijn vermenigvuldigd met weegfactoren tot een eurobedrag. Dit is uniek voor Nederland. In de NMD staat een productbeschrijving, eenheid, dus per vierkante meter gevel, en de MKI waarde. Data worden ingedeeld naar functie in een bouwwerk, maar ook op representativiteit, waarbij er onderscheid gemaakt wordt in drie categorieën; categorie 1 kaarten zijn bedrijfsspecifieke kaarten, categorie 2 kaarten zijn branche gemiddelden en categorie 3 kaarten zijn algemene materiaal- of productkaarten.
Martijn van Hövell: Het is bijzonder lastig om aluminium profielen per producent specifiek te analyseren. Wat in de LCA database zit, is vaak oud, dit loopt 5 tot 10 jaar achter. Dus we hebben bekeken hoe een aluminium profiel in Europa is opgebouwd. Waar komt het vandaan, wat is de impact van dat aluminium en hoe is het samengesteld. Ook de manier waarop aluminium gemodelleerd is in de database is niet helemaal zoals het werkt voor kozijnprofielen. Het smelten van schroot bijvoorbeeld: We nemen dit met het gieten van billets één keer mee. Vervolgens in module D, waarin de baten en lasten bepaald worden voor materiaal dat hergebruikt of gerecycled kan worden, neemt de NMD aan dat je schroot eerst weer moet smelten om er broodjes van te gieten. Deze aanname klopt niet. Schroot wordt namelijk met primaire broodjes direct als billet gegoten. Legeringen van aluminium zijn ook heel anders dan de LCA database ecoinvent weergeeft. Ecoinvent gaat bijvoorbeeld uit van koper in legeringen, terwijl dat niet in de legeringen voor kozijnprofielen zit. Zo hebben we uiteindelijk een gewogen aluminium profiel gekregen met een meer representatieve score, die ook nog eens gunstiger blijkt dan wat eerder beschikbaar was. En dat werkt dus positief door in de branchekaarten.
Jeroen Boersma: De MKI is gebaseerd op een model en een model is nooit helemaal gelijk aan de werkelijkheid. Vaak zijn algemene gegevens conservatief geschat. Er is goed werk verricht door aluminium opnieuw te modelleren op basis de gegevens van de huidige praktijk in onze branche. Martijn van Hövell: Opnieuw modelleren van aluminium, kan veel voordelen opleveren. De data van European Aluminium die wij gebruikt hebben, is nieuwer, geeft beter inzicht en houdt rekening met de huidige staat van techniek. Het resultaat is dan ook dat er per processtap met representatievere data gerekend kan worden, waarmee ook gunstigere scores behaald zijn.