Platform over gevels, glas & daken
Aanneming van werk  in meerdere aktes
Mr. Bettina Hertstein www.bouwrechtbedrijf.nl

Aanneming van werk in meerdere aktes

Soms zijn er (rechts)zaken waarvan achteraf gezegd kan worden ‘hoe heeft dit kunnen gebeuren?’. Gebruikelijk is dat partijen afspraken maken over onder meer de bouwwensen van de opdrachtgever, het bijbehorende kostenplaatje en de voorwaarden. Onvoldoende (duidelijk) vastgelegde afspraken kunnen, als er op enig moment iets mis zou gaan, partijen flink in de problemen brengen vanwege bewijsrechtelijke consequenties. Daar kwamen, tot hun beider frustratie, de opdrachtgever en zijn aannemer proefondervindelijk te laat achter.

Wat was er aan de hand? Opdrachtgever heeft een oude woning gekocht die hij wil laten verbouwen. Daartoe is hij in contact getreden met de aannemer. Toen ze een mondeling akkoord bereikt hadden, is de aannemer gestart met zijn werkzaamheden. De aannemer heeft voor zijn werk in totaal zes (deel)facturen gestuurd aan de opdrachtgever waarvan een derde deel niet is betaald. Een door de opdrachtgever aan de aannemer gevraagde offerte voor resterende werkzaamheden heeft de relatie dusdanig verstoord dat de opdrachtgever de overeenkomst heeft ontbonden. De aannemer heeft zijn opdrachtgever vervolgens gedagvaard bij de rechtbank. Hij vordert betaling door de opdrachtgever van het nog niet betaalde deel van zijn facturen. De opdrachtgever betwist dat hij de aannemer nog geld verschuldigd is. Ook heeft hij een tegenvordering ingediend gebaseerd op een vaste aanneemsom of richtprijs.

De vraag is welke overeenkomst hebben partijen eigenlijk gesloten en wat voor overeenkomst heeft de opdrachtgever dus eigenlijk ontbonden? Vanwege het feit dat er helemaal niets op papier is gezet en ook digitaal, hoe beknopt ook, niets is vastgelegd én partijen van mening verschillen over de omvang van de verbouwing en de kosten daarvan, heeft de rechtbank de opdrachtgever opgedragen om te bewijzen dat er een bedrag is afgesproken tegen een vaste prijs of richtprijs. Volgens de opdrachtgever is een vaste prijs voor het werk van € 70.000,- incl. btw. afgesproken. Volgens de aannemer kon hij niet een vast bedrag of richtprijs noemen omdat niet het gehele werk in zijn handen lag. Opdrachtgever zou onderdelen van het werk zelf met familie en anderen verrichten. Bovendien werkt de aannemer bij opdrachten aan oude panden altijd op regiebasis en dat was bij de woning van de opdrachtgever ook het geval. Het afgesproken uurtarief was € 32,50 excl. btw..

De rechtbank neemt mee in zijn beslissing dat de aannemer een professional is en de opdrachtgever een betrekkelijke leek. Het is niet per se gezegd dat de aannemer niet een regieovereenkomst heeft willen sluiten, maar het had op de weg van de aannemer gelegen om zich ervan te vergewissen dat de kosten voor beide partijen niet voor meerdere uitleg vatbaar waren. De rechtbank heeft na het horen van getuigen geoordeeld dat de opdrachtgever is geslaagd in zijn bewijs dat sprake is van een overeenkomst met een richtprijs van € 70.000,-.

De aannemer gaat hierna in hoger beroep bij het gerechtshof. Hij vordert dat het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en dat zijn oorspronkelijke vordering alsnog wordt toegewezen. Ook het hof buigt zich over de vraag of tussen partijen een overeenkomst op regiebasis is overeengekomen, zoals de aannemer stelt, ofwel een overeenkomst op grond van een vaste prijs of een richtprijs zoals de opdrachtgever stelt. Ter zake de regieovereenkomst kan het hof, bij gebreke van voldoende concrete feiten en omstandigheden niet vaststellen of een regieovereenkomst tot stand is gekomen. Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat evenmin is komen vast te staan dat een vaste prijs, althans een richtprijs van € 70.000,- incl. btw is overeengekomen. De verklaringen van de opdrachtgever zijn niet consistent. Daarentegen zijn de ‘urenoverzichten’ van de aannemer niet meer dan een ingevulde ‘template’ waar geen conclusies aan te verbinden zijn. Dit brengt het hof tot de vaststelling dat de opdrachtgever niet geslaagd is in zijn bewijs dat sprake is van een vaste prijs, althans richtprijs. Nu het hof ook niet heeft kunnen vaststellen dat sprake is van een regieovereenkomst, volgt dat prijs die de opdrachtgever aan de aannemer verschuldigd is, een redelijke prijs moet zijn. In artikel 7:752 lid 1 BW (Burgerlijk Wetboek) is bepaald: Indien de prijs bij het sluiten van de overeenkomst niet is bepaald of slechts een richtprijs is bepaald, is de opdrachtgever een redelijke prijs verschuldigd. Bij het bepalen van de prijs wordt rekening gehouden met de door de aannemer ten tijde van het sluiten van de overeenkomst gewoonlijk bedongen prijzen en met de door hem ter zake van de vermoedelijke prijs gewekte verwachtingen. Het hof zal partijen in de gelegenheid stellen om hun stellingen over wat zij een redelijke prijs vinden voor de door de aannemer verrichte werkzaamheden bij akte nader toe te lichten. De finale zal dus pas plaatsvinden na aktes van beide partijen. Er alsnog onderling uitkomen, blijft ook een optie.

Meteen zonder gedoe naar de hoofdact? Met de VMRG Kwaliteitseisen en Adviezen zit u altijd eerste rang! Kijk voor duidelijke afspraken met gevelbouwprofessionals op www.vmrg.nl.

‎‎

Gerelateerde artikelen

"*" geeft vereiste velden aan

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Stuur ons een bericht

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details

Kunnen we je helpen met zoeken?

Bekijk alle resultaten