Circulair Materialenplan per 30 december 2025 in werking
Op 30 december 2025 is het Circulair Materialenplan (CMP) in werking getreden. Dit plan volgt op het Landelijk Afvalbeheerplan (LAP3) en richt zich primair op het behoud van materialen en op het bevorderen van hoogwaardige verwerking. Het CMP is vastgesteld door de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat en geldt als norm voor vergunningverlening en het toestaan van grensoverschrijdend afvaltransport binnen Nederland.
Het CMP is een beleidsinstrument dat kaders biedt bij het verwerken van verschillende materiaalstromen. In plaats van enkel afvalbeheer, ligt de nadruk op de levenscyclus van materialen, waaronder ontwerp, productie, gebruik en verwerking. Het bevoegd gezag, zoals gemeenten, provincies en omgevingsdiensten, is verplicht het CMP te gebruiken bij het beoordelen van vergunningsaanvragen voor afvalverwerking en transport.
Het CMP bestaat uit ketenplannen en afvalplannen voor circa zestig materialen. Elk afvalplan bevat een toetsingskader en toelichting per soort afvalstof. De toetsingskaders geven technische en juridische criteria die van toepassing zijn bij het beoordelen van aanvragen. Het CMP is bedoeld voor professionele partijen, zoals afvalverwerkers en vergunningverleners, en vereist kennis van afvalwetgeving en internationale regelgeving.
Voor het verlenen van omgevingsvergunningen en het toestaan van transport gelden de toetsingskaders uit het CMP als norm. Gemeenten en provincies zijn verantwoordelijk voor verwerking, terwijl Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) het bevoegd gezag is voor grensoverschrijdend transport.

Metalen vormen een aparte categorie binnen het CMP. Onder deze materiaalstroom vallen ferro- en non-ferro metalen, zoals ijzer, zink, aluminium, koper, lood, diverse legeringen, edele metalen, metaalstof en katalysatoren. Afvalstoffen die voor meer dan 50 procent uit metalen bestaan, worden apart behandeld, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen gevaarlijk en niet-gevaarlijk afval op basis van verontreiniging:
Het CMP schrijft voor dat afvalstoffen zoveel mogelijk gescheiden en apart gehouden moeten worden. Dit vergemakkelijkt de latere verwerking, zoals recycling. De minimumstandaarden vormen hierbij het uitgangspunt voor vergunningverlening.
Vergunningverlening lager dan de minimumstandaard is alleen toegestaan in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld bij calamiteiten of bij aanwezigheid van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Daarnaast geldt een wettelijke verplichting om afvalstoffen gescheiden te houden.
Voor de metalen gevelbouwers betekent dit dat men op dezelfde voet verder kan: alle metalen kunnen ingeleverd worden bij de afvalverwerker. Het CMP schrijft alleen minimumstandaarden voor. Wanneer een gevelbouwer beter wil recyclen, is dat mogelijk. Hiervoor kan een gevelbouwer met zijn afvalverwerker of materiaalleverancier afspraken maken.
Voor alle metalen geldt dat er economische waarde in het materiaal zit ook wanneer het voor de gevelbouwer een afvalproduct is geworden. De economische waarde kan hoger zijn wanneer de batch homogener is. Dat betekent dat er ook een financiële motivatie kan zijn om duurzamer te handelen dan het CMP voorschrijft.
Voor een gevelbouwer zijn onderstaande punten uit het CMP voor aanlevering van afvalstoffen belangrijk:
.