Strategie voor duurzaamheid: standaardisatie
Binnen het duurzaamheidsdebat wordt veel over wetten, regelgeving, normen en richtlijnen gesproken. Zoals de aanscherping van de MPG score (Milieuprestatie Gebouwen) of de UPV (Uitgebreide Producentenverantwoordelijkheid) vlakglas. Dit zijn maatregelen die ervoor zorgen dat de hele bouwsector duurzamer opereert.
Een veelgehoord doel hierin is standaardisatie: afspraken over producten, diensten of processen. Meer standaarden kunnen ervoor zorgen dat tussen wat we nu maken en wat we later maken meer koppeling mogelijk is. En bovendien kunnen ze zorgen voor meer aansluiting tussen in- en output van verschillende bedrijven. Maar wat zijn standaarden nu eigenlijk precies?
We moeten hier onderscheid maken tussen wet, regelgeving, publieke standaarden en private standaarden. Iedereen is verplicht om te voldoen aan wet en regelgeving. Publieke standaarden, zoals normen, zijn vrijwillig om aan te halen en private standaarden komen voort uit het bedrijfsleven.
Een wet is een formeel, democratisch besluit van de Eerste en Tweede Kamer, die een algemeen kader biedt. Regelgeving zijn de meer gedetailleerde, praktische uitvoeringsregels die hieruit voortvloeien en worden gemaakt door de regering of een minister.
Een mooi voorbeeld van een standaardisatie verplicht vanuit wet- en regelgeving is de usb-c oplader. Alle producenten van consumentenproducten met een oplader hebben aan deze regelgeving te voldoen en mogen dus geen unieke opladers meer ontwerpen.

Bij vrijwillige standaardisatie wordt al snel over normalisatie gesproken. Normalisatie is niet meer dan standaardisatie waarbij een door de overheid geselecteerde partij de begeleiding doet tussen de belanghebbenden en waarvan het eindresultaat een norm is. In Nederland is NEN de door de overheid geselecteerde partij. Deze normen zijn richtlijnen en zijn niet verplicht gevolgd te worden. Echter worden veel normen door opdrachtgevers verplicht gesteld of spreekt een branche af volgens een bepaalde norm te handelen. De gestelde vrijwilligheid kent in de praktijk dus grenzen.
Tot slot zijn er ook private standaarden. Deze komen meestal uit de branche zelf omdat bedrijven graag onderling een bepaalde kwaliteit of manier van werken willen afspreken. Een mooi voorbeeld in de gevelbranche is het VMRG Keurmerk. Bedrijven met dit keurmerk zijn verplicht om te leveren conform de onderling afgesproken kwaliteitsafspraken.
Met de usb-c lader die als Europese standaard nu verplicht is, is de tijd van een lade vol met verschillende snoeren en stekkertjes voorbij. Op dit moment wordt er niet eens bij elk apparaat een oplader geleverd. Vanuit de grote bedrijven was hier lang weerstand tegen, elke verkochte oplader betekende winst. Dat alle apparaten nu opgeladen kunnen worden met dezelfde oplader heeft niet alleen grote voordelen voor het milieu , maar ook voor de consument.
Zo kan standaardisatie ook voor de gevelbouw werken. Als praktisch voorbeeld kijken we naar de bevestigingsmiddelen. Wanneer we deze over de hele gevelsector zouden standaardiseren, zouden bedrijven nooit speciale bevestigingsmiddelen over houden na een project, minder opslagruimte kwijt zijn, minder waarde in hun voorraad hebben, medewerkers zouden meteen weten met welke waarden ze zouden moeten rekenen en monteurs hoeven nog maar één maat gereedschap mee te nemen. Voor de eigenaar van de gevel is het duidelijk hoe reparaties plaatsvinden en bij het einde van de levensduur is het duidelijk hoe een oogster de gevelonderdelen kan demonteren. Dit zou een extreem voorbeeld van standaardisatie zijn, maar in de gevelbranche zijn er zeker mogelijkheden voor de verschillende belanghebbenden.
Voor opdrachtgevers geldt dat zij een standaard manier van uitvragen kunnen afspreken. Bij elk project naar dezelfde waarden en berekeningen vragen, zorgt ervoor dat bedrijven deze makkelijker kunnen aanleveren en weten waar ze aan toe zijn. Voor (semi-) overheidsinstanties geldt dat zij overal dezelfde manier van werken kunnen aanhouden, zo zijn verschillen tussen gemeenten uit den boze bijvoorbeeld. Voor gevelbouwers geldt dat zij altijd eenzelfde wijze van montage kunnen aanhouden zodat bij reparaties andere partijen weten wat ze kunnen verwachten.
Het voordeel van dit formeel vastleggen is dat alle belanghebbenden hierover meedenken en er vervolgens niet van af geweken zal worden in de toekomst. Een vereiste van het laten slagen van standaardiseren is dat het werkbaar is op de langere termijn.
Vrijwel alle vrijwillige standaarden en normen komen oorspronkelijk vanuit het bedrijfsleven. Men signaleert een probleem of een uitdaging en gaat op zoek naar de meest passende manier om dit op te lossen. Binnen het publieke eigendom kent NEN verschillende producten die hier antwoord op zouden kunnen geven. Binnen het private gedeelte kunnen brancheverenigingen een grote rol spelen.
Dit betekent ook dat u als belanghebbende in de gevelbranche inspraak kan hebben over hoe deze standaarden uitgewerkt worden. Ideeën of suggesties? Spreek iemand bij de branchevereniging aan. Sommige afspraken zijn al in ontwikkeling maar nog open voor consultatie vanuit de markt, hier is uw input altijd gewenst. Hou hiervoor de nieuwsbrief van uw branchevereniging in de gaten!