Sinds de invoering van de BENG-eisen vormt een luchtdichte gebouwschil een essentieel onderdeel van de energieprestatie van een gebouw. Toch blijkt de praktijk weerbarstig. De regels zijn bekend, maar de juiste toepassing roept nog altijd vragen op. En juist daar ontstaan de grootste risico’s die zich vaak pas vele jaren later openbaren.
“Veel partijen weten dat luchtdicht bouwen belangrijk is, maar niet altijd hóé ze het goed moeten uitvoeren”, merkt Bas ter Schure van Bloem Sealants in de praktijk. “De gevolgen daarvan worden vaak pas jaren later zichtbaar. En die beperken zich niet tot een hogere energierekening. Een verkeerd ontworpen of uitgevoerde luchtdichting kan leiden tot condensvorming in de constructie, met vochtproblemen, schimmelvorming, aantasting van isolatiemateriaal en uiteindelijk zelfs constructieve schade als resultaat.”
Een van de meest hardnekkige misverstanden is dat een gevel vooral aan de buitenzijde volledig moet worden afgedicht. “In werkelijkheid begint luchtdicht bouwen juist aan de binnenzijde van de constructie”, benadrukt Ter Schure. “De buitenzijde heeft een andere functie: bescherming tegen regen en wind, terwijl de spouw juist moet kunnen ventileren. Door de luchtdichting aan de warme zijde van de constructie volledig en ononderbroken uit te voeren, ontstaat drukvereffening in de gevel. Daardoor wordt voorkomen dat warme, vochtige binnenlucht de constructie binnendringt en daar condenseert.”
Dat principe geldt niet alleen voor houtskeletbouw, waar vochtproblemen zich relatief snel manifesteren, maar net zo goed voor traditionele bouwmethoden, aluminium vliesgevels en kunststof en aluminiumkozijnen. De bouwmethode verandert, de bouwfysica niet.
Een tweede misverstand is volgens Ter Schure dat luchtdicht bouwen automatisch betekent dat alles dampdicht moet worden afgesloten. “Dat kan juist averechts werken”, zegt hij. ‘Waterdamp zoekt altijd de weg van een hoge naar een lage dampdruk. Zeker in de zomer, wanneer het buiten warmer en vochtiger is dan binnen, kan een volledig dampdichte constructie vocht opsluiten. Dat vergroot de kans op condensatie wanneer temperaturen veranderen.”

Daarom is materiaalkeuze cruciaal. “Afhankelijk van de constructie kan gekozen worden voor dampopen, dampvariabele of dampdichte oplossingen”, zegt Ter Schure. “Met berekeningen volgens de Glaser-methode wordt vooraf bepaald waar het dauwpunt zich bevindt en hoe eventuele condensatie veilig kan worden afgevoerd. Het doel is eenvoudig: voorkomen dat waterdamp in de constructie verandert in vocht.”
Juist omdat iedere constructie anders is, verschuift de rol van ons als leverancier steeds meer van producent naar kennispartner, benadrukt Ter Schure. “Als Bloem Sealants leveren we niet alleen het product, maar is het juiste advies misschien nog wel belangrijker. We adviseren over materiaalgedrag, sd-waarden, bouwfysica en detaillering.”
De behoefte aan kennis is groot, merkt Ter Schure. “Daarom ontwikkelen we steeds meer trainingen en workshops waarin materiaalkennis, regelgeving, brandveiligheid en bouwfysica centraal staan. Juist om kennis te delen. Daarnaast verzorgen we ook praktijktrainingen die ervoor zorgen dat ontwerpers, werkvoorbereiders en monteurs dezelfde uitgangspunten hanteren.”
Luchtdicht bouwen draait uiteindelijk niet om een kitvoeg of een afdichtingsband, het begint al op de tekentafel. “Wie vanaf het ontwerp rekening houdt met luchtdichting, damptransport en ventilatie van de constructie, voorkomt problemen die zich anders pas jaren later openbaren”, resumeert Ter Schure. “De techniek is er. De producten ook. De grootste winst zit vandaag de dag in het delen van kennis. Alleen dan ontstaat een gebouw dat niet alleen voldoet aan de regelgeving, maar ook op de lange termijn droog, energiezuinig en duurzaam blijft.”