De Federatie Aluminium Constructeurs (FAC Belgium) en het Aluminium Center Belgium (ALUCB) richtten begin dit jaar een gezamenlijke werkgroep op met systeemleveranciers Aliplast, AluK, Hydro Building Systems, Reynaers Aluminium, Schüco, Sprangers en extrudeurs-recyclingpartners E-MAX en Hydro Extrusions Benelux. De ambitie: met één stem spreken over duurzaamheid van aluminium als bouwmateriaal in een debat dat vandaag vaak versnipperd en niet altijd eenduidig verloopt.
De aanleiding voor het initiatief is duidelijk. Aluminium wordt steeds vaker beoordeeld op basis van CO2-uitstoot, gerecyclede inhoud en milieuscores, maar de sector stelt vast dat verschillende berekeningsmethodes, certificaten en nationale systemen tot verwarring leiden. Bedrijven botsen daarbij op uiteenlopende interpretaties van EPD’s, LCA-methodes en duurzaamheidstools voor gebouwen zoals TOTEM in België of de Nationale Milieudatabase in Nederland.

De werkgroep wil daarom in de eerste plaats zorgen voor een gezamenlijk en geloofwaardig verhaal. “We moeten vermijden dat iedere speler te sterk uiteenlopende duurzaamheidsdefinities hanteert”, aldus Joris Verschueren, voorzitter van FAC. Tegelijk benadrukken de bedrijven dat transparantie essentieel is. Greenwashing mag geen plaats krijgen in de communicatie rond aluminium.
Een tweede belangrijke uitdaging is recycling. Aluminium geldt al langer als een circulair materiaal bij uitstek, maar de sector merkt dat vooral de beschikbaarheid van kwalitatief post-consumer schroot een knelpunt wordt. Vandaag kan gerecycled aluminium slechts een deel van de stijgende vraag invullen. Verschillende bedrijven lanceerden daartoe al eigen closed-loop-systemen waarbij productieafval en afbraakmateriaal opnieuw in de keten terechtkomen. Daarbij is het essentieel om zowel het schroot als de verwerking ervan binnen Europa te houden.
Daarnaast leeft binnen de sector de bezorgdheid dat aluminium nog te vaak louter op basis van CO2-cijfers wordt vergeleken met hout, pvc of staal. Volgens de werkgroep moet duurzaamheid breder bekeken worden dan enkel de initiële klimaatimpact. Circulariteit, levensduur, onderhoud, demonteerbaarheid en recyclingpotentieel moeten eveneens deel uitmaken van de evaluatie. “Tunnelvisie vermijden”, is een boodschap die meermaals terugkomt.

Ook de regelgeving speelt een steeds grotere rol. Vanaf 2028 zullen grotere nieuwbouwprojecten verplicht een volledige LCA-voetafdruk moeten voorleggen, met vanaf 2030 een verdere uitbreiding van die verplichting. De sector wil daarom proactief meewerken aan werkbare beoordelingsmethodes. Zo vormen de transparantie van LCA-tool TOTEM en de randvoorwaarden om te kunnen werken met specifieke data voor het opmaken van de EPD vandaag aandachtspunten.
De werkgroep ziet haar rol ook breder dan louter technische afstemming. Ze wil een kennisplatform vormen dat beleidsmakers, architecten, bouwheren en voorschrijvers correcte informatie biedt over aluminium en zijn mogelijkheden om te komen tot duurzame gebouwen. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de productie van nieuwe profielen, maar ook naar de volledige levenscyclus van het materiaal, van ontwerp en gebruik tot recycling en hergebruik. “We streven ernaar om zo snel mogelijk een gezamenlijk position paper klaar te hebben”, aldus Bert Geerinckx, voorzitter van het ALUCB.
Met dit initiatief willen FAC en ALUCB aantonen dat duurzaamheid geen concurrentieel modewoord is, maar een gedeelde verantwoordelijkheid. Zij kiezen hiermee bewust voor openheid, samenwerking en een objectief onderbouwd verhaal — en rekenen daarbij op een constructieve dialoog met beleidsmakers en de bouwsector.
Neem dan rechtstreeks contact op met Federatie Aluminium Constructeurs (FAC).
Contact opnemen