De renovatiemarkt draait volop, merkt Harinck, producent van Frager-deurpanelen. Vooral in Nederland ziet general manager Franck De Munster veel beweging. “Wanneer mensen hun dak, gevel of ramen aanpakken, wordt vaak ook meteen de voordeur vervangen. Dat trekt de hele woning opnieuw naar het niveau van vandaag.”
Vanuit die ontwikkeling werkte het bedrijf aan een nieuwe collectie voordeuren voor Nederlandse interbellumwoningen. De modellen richten zich op de grote voorraad rijwoningen uit de periode 1920-1930. “Van de zeven miljoen woningen in Nederland zijn er ongeveer vier miljoen typische rijwoningen”, zegt De Munster. “In die periode zijn architecturaal prachtige dingen gerealiseerd. Dat wilden we respecteren in plaats van zomaar een standaarddeur te ontwikkelen.”
Zijn achtergrond als architect helpt volgens hem bij de ontwikkeling van nieuwe modellen. “Je kijkt anders naar zulke woningen. De proporties, de ritmiek van gevels en de detaillering spelen allemaal mee. Een vlak kaderdeurtje zonder karakter past daar gewoon niet bij.”

De collectie bestaat voorlopig uit vier modellen, vernoemd naar Nederlandse architecten: Blom, Bakema, Dudok en Berlage. Daarmee zoekt Harinck bewust aansluiting bij de verschillende architectuurstromingen uit de Nederlandse woningbouw. “Bij Dudok en Berlage zie je meer klassieke elementen terug”, legt De Munster uit. “Blom en Bakema sluiten meer aan bij een modernistische en functionele vormentaal. We hebben geprobeerd om telkens de geest van die architectuur opnieuw op te nemen in een hedendaagse voordeur.”
De ontwerpen verwijzen subtiel naar vroegere voordeuren uit Nederlandse woonwijken. “Vroeger personaliseerden schrijnwerkers zulke deuren met eenvoudige ingrepen: een vlak paneel, latjes, een klein glasvlak en een specifieke kleurcombinatie. Dat gaf karakter aan een woning.” Die gedachte vormde ook het uitgangspunt voor de nieuwe reeks.
Tegelijk vertaalt Harinck die details naar hedendaagse materialen en technieken. Zo worden sierlijsten niet langer in hout uitgevoerd, maar in kleurvaste materialen met een langere levensduur en minder onderhoud. De modellen combineren vlakke panelen met beperkte glaspartijen en contrasterende kleuraccenten.

Volgens De Munster sluit de reeks aan op een bredere renovatiegolf binnen de Nederlandse woningmarkt. “Woningen uit het interbellum worden aangepast aan de huidige normen op vlak van isolatie en energieprestaties. Daarbij vervangen mensen vaak meerdere onderdelen tegelijk.” Dat merkt Harinck ook in de aanvragen vanuit de markt. “Dakrenovatie, gevelisolatie en nieuwe ramen gaan vandaag vaak samen met een nieuwe voordeur.” Volgens De Munster helpt ook het Nederlandse subsidiebeleid daarbij. “Nederland heeft duidelijke keuzes gemaakt rond verduurzaming. Die subsidies trekken mensen over de streep om echt te investeren.” In België ziet hij een ander beeld. “Daar zorgt de besluiteloosheid van de overheid ervoor dat de markt wat afwachtender reageert.”
De eerste reacties op de collectie zijn volgens hem opvallend positief. “We horen vaak dat dit in Nederland eigenlijk ontbrak. Er zijn weinig partijen die specifiek zulke voordeuren ontwikkelen met respect voor deze woningtypologie.” De ontwikkeling stopt bovendien niet bij deze vier modellen. “Tijdens wandelingen door Nederlandse steden blijven we details en typologieën ontdekken”, zegt De Munster. “Daar zullen waarschijnlijk nog nieuwe modellen uit voortkomen.”